Joke
van der Weijden
journalist/columnist













and the rhythm of life is a powerfull beat....



Rechtstreeks naar
 Jook's website: www.alkmaarserodehoeden.nl
 Jook's website: www.restaurantjehoppen.nl
 Jook's website van weleer ('06-'07): klik hier





Landschap in de mist

Je dode takken hebben al het leven losgelaten
je staat er stil, je bast is koud als steen
Ik voel de eenzaamheid in al mijn botten kraken
je zwijgzaamheid snijdt mij door merg en been

En in de stilte klinkt geen klokgebeier
alleen een pad dat naar de wit bestoven toren leidt
waar ik het graf weet waar jij ligt te wachten
na té lang lijden en een ongelijke strijd

Nog niets te zien, geen spoor, geen voetstap in de sneeuw
en toch, de lucht is zwanger van verwachting
wat komen gaat duurt niet meer lang
jouw lach zorgt straks voor de verzachting

Het water keert terug in de rivier
Het leverkleurig zwerk maakt plaats voor blauw
dan laten bomen trots hun eerste knoppen zien
en is het afgelopen met de kou.




Zwemmen in de Maas


Mijn vader had een zomers beroep.
Hij verkocht souvenirs aan toeristen die vakantie vierden. Vaals en het Drielandenpunt waren destijds toeristische trekpleisters bij uitstek en mijn vader had er een souvenirstand, nét onder de Wilhelminatoren.
Bovendien had hij een groothandel in souvenirs.
Met enige regelmaat liet hij zijn winkel over aan zijn gezin en trok er zelf op uit om andere winkels in de wijde omgeving te bevoorraden. Strooien hoedjes, wandelstokken met naamplaatjes en hertjes met én zonder gewei waren zijn specialiteit.
Mijn broer en mijn zus waren groot genoeg om in de winkel mee te mogen helpen bij afwezigheid van onze vader.
Ik was dat niet.
Zo kwam het dat ik zomers lang in mijn eentje door de bossen rond Vaals zwierf.
Ik kende alle bomen, alle bospaadjes, alle verbergplekjes, alle mierennesten, alle omgevallen boomstronken waar ik kon mijmeren in de zon en alle 'snelste' wandelroutes naar het Drielandenpunt zodat ik verdwaalde toeristen, meestal van Duitse origine, feilloos de weg kon wijzen: hier immer gerade aus!
Lopen deed ik nooit.
Ik huppelde.
Ik huppelde naar een opengevallen plek in het bos waar de douanebeambten uit de regio bij elkaar plachten te komen om een sigaretje te roken.
En ik was de vrolijke noot in het geheel.
We zaten in de zon en de mannen vertelden elkaar stoere verhalen. Over illegale grenstransporten die ze hadden weten te onderscheppen en over smokkelaars die zich voordeden als arme sloebers om aldus meelij op te wekken.
Ik genoot.
Vooral van hun lunchpakket: broodjes met ham, een banaan.
Emiel vond ik de aardigste. Hij had een zusje van mijn leeftijd en hij miste haar. 
Zelf nog maar 19 verlangde hij naar huis, naar Den Haag waar zijn familie woonde en waar zijn vrienden ieder hun weg zochten na het verlaten van de middelbare school.
Aan Emiel vertrouwde ik mijn diepste geheimen toe en alleen aan hem heb ik ooit mijn geheime verstopplek getoond, hetgeen een onverbrekelijke band schiep tussen ons.
Soms was hij stil. Heimwee doet een hoop met een mens.
Dan bleef er niets anders over dan samen te luisteren naar de wind.
Kwebbel als ik was vond ik dat toch mooi.
Van hem leerde ik dromen.
Toen hij uiteindelijk besloot om zijn beroep de rug toe te keren en een nieuwe start te maken in zijn geliefde Den Haag kwam hij me dat persoonlijk vertellen.
Samen op 'onze' boomstronk zei hij dat ik hem die dag voor het laatst zag. Omdat hij terugging naar huis. Voorgoed. Om ander werk te zoeken. Of aan een studie te beginnen.
,,Maar laten we afspreken'' zei hij en het klonk best plechtig.
,,Over tien jaar zien we elkaar op deze zelfde plek, op dezelfde dag, op hetzelfde tijdstip. Dan kunnen we elkaar vertellen hoe het er in ons leven voorstaat.''
Het was warm.
De zon scheen speels door het bladerdek en liet lichtbundeltjes over onze hoofden dwarrelen, over onze kleren, over zijn schoenen, over het afscheid dat aanstaande was.
Ik droeg sandalen. En korte witte sokjes.
's Avonds zwommen we met de hele familie in de Maas.

Had ik jou niet gekend
ik zou niet weten
wat afscheid nemen is

Ik was een kind
jij ook
maar dat telde niet

Was ik groot geweest
die dag in het warme bos
nooit had ik je laten gaan



De natuurramp 
die hotelkamer heet

Zet mij op een hotelkamer en ik wil dood.
Het dessin van de gordijnen doet mijn wereld instorten.
Eenmaal plaatsgenomen in het oh, zo kien uitgedachte badkamertje besef ik, zittend op het toilet met mijn schouder pijnlijk tegen de wasbak en mijn knieën opgetrokken klem tegen de deur, dat het leven diepe dalen kent.
En daar moet ík doorheen!

Zo sliepen we deze zomer een nachtje in Arlon.
De terugreis vanuit Zuid Frankrijk had ons daar gebracht.
Arlon is doorrijden naar huis, vind ik, maar mijn man dacht daar anders over.
,,We blijven hier vannacht slapen’’ zei hij, wijzend op het bordje ‘Pas gerenoveerd’.
De kamer zag er niet afschrikwekkend uit.
Het had erger gekund.
Maar dat er, op twintig centimeter afstand over de totale lengte van het bed, een royale schuifkast was geplaatst met spiegelramen, bezorgde me een acute aanval van depressiviteit.
Jezelf zo nabij zien na veertien dagen half pension in een Van der Valk-hotel is vragen om moeilijkheden.


Ons raam kijkt altijd uit op een blinde muur, het zwembad is altijd gesloten, de keuken is net dicht, de lift is stuk (met excuses), de trap net geverfd en het personeel heeft een offday.
In een conferentieoord in Drente kwam het hele gordijn met rail en al naar beneden.
En altijd is er een bruiloft in de zaal onder ons.


Ooit sliep ik twee nachten in een kloostercel in Egmond-Binnen.
Vier muren, een stalen bed, een hard matras en twee grijze paardendekens.
Linnengoed zelf meebrengen.
Het enige opbeurende element was de wasbak aan de muur.
Uit de kraan kwam koud stromend water waarmee ik mijn behuilde ogen kon deppen.

In Maastricht sliep ik in een maisonnette:
zithoek en badkamer beneden, slaapkamer boven. Hoe romantisch!

s Nachts in het donker op de tast de trap af naar de wc.
Dat ik nog lééf!!!!


En altijd lijkt het alsof de vloerbedekking er al 541 jaar ligt.
Hoe het schoonmaakpersoneel ook zijn best doet, de vlekken worden met iedere zuigbeurt zichtbaarder.
Geen beginnen aan, dus laten ze de hoekjes en gaatjes voor wat ze zijn en doe je er goed aan je koffer niet onder het bed te zetten.
Of ‘ie groen is of rood, hij komt er grijs onder vandaan.

Ik leef in een hotel altijd vanuit mijn koffer.
Veilig gevoel.
Voor het geval iemand roept dat we naar huis gaan.
Dan ben ik zó weg!
Niets zo verrukkelijk als de thuisreis.
Je kunt mij niet gelukkiger maken.

En toch heb ik sinds kort de oplossing gevonden.

Ik sleep gezellige kussentjes met me mee, geurkaarsjes, waxinelichtjes, bloemen, pindarotsjes in een schaaltje, waterkoker, theezakjes, kopjes, een cd-speler met sfeermuziek, fles chardonnay met glazen, bitterlemon voor mijn man, foto van thuis, massageolie, geurspray, zacht toiletpapier, stapel tijdschriften en kussensloop met bloemmotief.

En als ik dat kussensloop dan over mijn hoofd leg, 
dan gaat het wel.


Lieve Isabel,
Ik heb het aapje van je vader gevonden!
Ergens op zolder lag 'ie.
Onder het stof.
Nee nee, dat doet het voor het verhaal wel leuk maar het is niet waar.
Bij ons is zelfs op zolder alles stofvrij.
Maar goed, het aapje is dus terecht.
Hij is weliswaar gehavend.
Ik waarschuw je maar vast.
Ik heb z'n rechterpootje moeten repareren.
En dat deed au voor het aapje.
Want ik ben geen wonder met naald en draad en dat kun je zien.
Sorry.
Ik heb er echt mijn best wel op gedaan hoor.
Neem dat nou maar van mij aan.
Enfin.
Wat ik je vertellen wou is dit:
het aapje dat je ziet is niet het aapje dat je zou moeten zien.
Eigenlijk is dit aapje nep.
Dat komt:
dit aapje vervangt een ander aapje.
Een eerder aapje.
Precies hetzelfde aapje maar dan toch heel anders.
Hoe dat zit?





JAFFA

Mijn zus was de bloemen vergeten en Jeroen Krabbé die me stralend zou aankondigen had helaas een vrije dag.
Toch zong ik de sterren van de hemel.
Mijn hemel, wat zong ik goed!
In mijn zwartleren sm-jasje had ik de x-factor.
Die trillip en die bibberknieën hadden daar niets, maar dan ook niets mee te maken!
LEES VERDER >>>>>>>>>






Ze zou een trouwjurk en ik mocht mee!

Amsterdam: Dat ze zou gaan trouwen was geen verrassing. Ze hield ervan om een sprookjesprinses te zijn op gouden muiltjes.
Maar dat ik meemocht om een trouwjurk uit te zoeken?
Dat overrompelde me!
Dus toog ik, op de dag der dagen, per bolide naar Amsterdam: opgewekt, blij, jeugdig overmoedig en met mijn mooiste jurk aan.
Nou, dat viel tegen.............Lees verder>>>>>>>




 










HOME


 Poëzie








 







Naar:
Wilde Haver
 en
Wilde
 Haver2



















 Webdesign/beheer:
Jook van der Weijden
ism
Erik van der Weijden