En nu is de beurt aan ons!!

Ze is onweerlegbaar mooi.

Nog steeds.

Ze heeft haar fiere houding van weleer behouden en in haar ogen herken ik dezelfde vastberadenheid van toen.

Ze straalt onschendbaarheid uit, maar door haar traanvocht heen zie ik dat het anders is gelopen.

 

Hoe kan het gaan.

Een mailtje via Schoolbank.nl

Uit het niets.

Ben jij het, mijn klasgenootje en vriendin van vroeger?

Ja, dat ben ik.

Vier mailtjes heen en weer en dan sluiten we elkaar in de armen.

Het is een aftastend weerzien, met heimwee en verlangen, met weemoed en hoop, met  verschil in ervaring en beleving maar ook met tal van ankerpunten uit het verleden en met de constatering dat we beiden, nu en op dit moment in ons leven, op hetzelfde punt staan.

We excelleren.

 

 

Het is vrijdag 8 december als ik in mijn auto stap om de honderden kilometers te overbruggen die haar en mij scheidden.

Ik sla onbekende wegen in, weersta regen, wind en files en zie landschappen aan me voorbij trekken die me niets zeggen.

Onbekend terrein om iets bekends te hervinden.

Herinneringen ophalen aan onze schooltijd, stel ik me voor.

Maar veel meer: hoe ziet ze eruit? Wat heeft zij met die afgelopen 42 jaar gedaan? Is ze gelukkig geweest? En waar staat ze nu?

 

 

Ik ben nieuwsgierig.

Naar haar.

Naar haar lach, haar oogopslag, naar haar manier van praten, naar de manier waarop ze beweegt, haar dingen doet.

Na een intense (school)vriendschap van tien jaar verloren we elkaar uit het oog.

Voor eeuwig.

Leek het.

Tot ze me zocht.

En vond.

 

,,Was je niet bang voor waar je terecht zou komen? Ik had wel vlooien kunnen hebben. Je sprong zomaar in het diepe. We hebben elkaar niet eens gebeld. Waar haal je dat vertrouwen vandaan?’’

,,Ik geloof in mensen. In hun goedheid. Ik ben nooit teleurgesteld. Laten we zeggen: zelden. Misschien is dat het.’’

 

,,Je bent een verrekt dapper ding’’ lees ik meteen na thuiskomst in haar mail.

 

Starend in de vlammen, nippend aan ons glaasje champagne met een vleugje kir royal, vertellen we elkaar gecomprimeerd ons levensverhaal.

De grote lijn telt, maar de nuancering laat zich niet verstoppen.

Herinneringen aan klasgenoten en leraren verdrinken in de recentere actualiteit.

Ze werkt, ze dicht, ze schrijft, ze organiseert, ze treedt op, ze overdenkt en we bespreken of het zin heeft om uitputtend in het verleden te duiken terwijl het heden zoveel uitdagingen in zich draagt.

De zorgen voorbij.

Hét zorgen voorbij.

Nu is de beurt aan ons!

 

Ik kijk toe als ze kookt.

Als ze de tafel dekt.

Ik mag niks doen.

Alleen maar genieten.

Ze kan voortreffelijk koken maar ze zet wel gewoon de pan op tafel.

Ik ben niet te gast, zegt ze me daarmee.

Ik ben haar vriendin, ik hoor erbij.

Pompoenensoep, paëlla met gemarineerde garnalen, peultjes en ijs toe.

Heerlijk.

We praten, kwebbelen, gaan de diepte in en komen er ook weer uit.

Koffie toe.

 

Het wordt een latertje en eenmaal in bed val ik als een blok in slaap.

Als ik wakker word merk ik hoe heerlijk ik het vind om bij haar te zijn.

Zij is het puzzelstukje dat ontbrak, het puzzelstukje van mijn jonge jaren.

 

Het gesprek gaat door zonder in herhaling te vallen.

Er is zoveel te vertellen, zoveel te vragen, zoveel het benoemen waard.

We zetten onze generatie af tegen de generatie van onze moeders en tegen die van onze kinderen.

Om vervolgens tot de conclusie te komen dat wij het zijn die onze eigen weg moeten bepalen.

En dat in een moordend tempo, want het is nu of nooit!!

,,Ik heb een verhaal geschreven’’ vertelt ze. ,,Kijk er eens naar, maak het af, voeg toe, wijzig. Dan sturen we het naar Opzij!’’

Want dat is wat we beiden willen: de wereld laten zien dat we bestaan.

 

Het afscheid is warm en hartelijk.

We omarmen elkaar met de belofte dat dit slechts een begin is.

We moeten dóór!

 TERUG