Het leven begint bij veertig

 

Wij thuis, wij eten altijd ongesneden brood.

Volkoren brood.

Gebakken door Bakkerij Beerse uit Sint Pancras.

Ander brood komt er niet in.

Soms ben ik te laat.

Bij de bakker.

Dan is al het brood allemaal al voorgesneden.

,,Dat wordt herrie thuis’’ roept de bakkersjuffrouw dan al van verre.

En dat is ook zo.

 

Mijn kinderen werden er vroeger op school op aangekeken.

Want doe maar eens twee door hun moeder gesneden boterhammen op elkaar.

Dan krijg je een hele dikke stapel.

En dat viel op.

Mijn kinderen hebben er hun krachtige mondspieren aan te danken.

Maar een grote mond hebben ze niet.

Gelukkig.

 

 

Wij thuis doen wel meer dingen anders dan anders, realiseer ik me deze dagen.

Terugkijkend op 40 huwelijksjaren denk ik aan de kerstboom die nooit door een kunstboom is vervangen, aan de openhaard waarin nooit een gasbrander is aangebracht, aan de verse bloemen die nooit hun plaats hebben hoeven afstaan aan exemplaren van kunstzijde en aan het feit dat we al sinds jaar en dag slapen met de gordijnen open.

 

Toen we pas getrouwd waren werd mijn man uitgenodigd om lid te worden van de Rotery.

Hij koos voor de fanfare.

We wilden het klein houden.

En dicht bij onszelf.

 

 

 

De unisex- Gazelle fietsen kwamen er nooit, net zomin als het bijbehorende unisex rode jack.

Daarentegen reden we wel in een BMW en dronken we louter thee van de firma Smit en Dorlas.

Lekker decadent.

Er kwam geen alcohol in huis en ook geen sigaretten, maar we vierden onze feesten met overgave.

De gaatjes in het houtwerk waaraan we door de jaren heen de slingers hebben gepunaised zijn er de stille getuigen van.

Veel gaatjes zijn er.

Heel veel.

 

 

Onze kinderen bleken muzikaal.

De vanzelfsprekendheid waarmee ze naar muziekles gingen en naar de plaatselijke harmonie, zegt alles over de discipline die ze aan de dag legden.

De oudste werd een uitmuntend (beroeps)saxofonist, de middelste nam niet onverdienstelijk de trompet ter hand en onze jongste ontroert ons nog regelmatig op de dwarsfluit.

Inmiddels hebben we er een baritonsaxofoniste bij, een fenomeen op de tamboerijn en een fenomenale solo-trompettist met een rang in het leger.

Maar dat kwam aangewaaid.

 

 

We vierden moederdag, maar nooit vaderdag.

Al onze poezen heetten Puk.

We maakten kunstreizen naar Londen en Parijs, ieder kind met een eigen tekenblok onder de arm.

We logeerden in het huis van Mike Down of in de Nederlandse ambassade in Parijs.

We vergaapten ons aan de schilderijen van Seurat en aan de beelden van Henri Moore en August Rodin. 

We zaten op de rode dan wel de blauwe stoelen in Garda.

Met alle dikmakende gevolgen van dien.

 

 

Ik ben veertig jaar getrouwd, roep ik tegen iedereen die het horen wil.

En dan volgt bijna onherroepelijk de vraag: ,,Gaan jullie naar Eurodisney met de kinderen en kleinkinderen?’’

Het antwoord daarop is nee.

Mijn man vindt het Amerikaanse shit.

Hij heeft niets met Mickey Mouse.

Hij leert zijn kleinkinderen eitje poepen, koek happen en toemba toemba spelen op de panfluit.

 

 

 

Ikzelf, ik kijk niet graag achterom.

Wellicht ligt het getal 40 me deze dagen daarom zo zwaar op de maag.

Ik kijk liever vooruit.

Naar wat komen gaat.

Naar wat er uit te halen is.

Hoogste tijd om dromen te vervullen en gehoor te geven aan diepgewortelde wensen en verlangens.

De tijd gaat NU in!