Luciferhoutje



Ze zei dat ik rustig even zelf mocht rondkijken. Maar ondertussen bleef ze in mijn buurt en monsterde ze mijn kledingsmaak om straks met kennis van zaken de juiste adviezen te kunnen geven.
Zelf woog ze 45 kilo.
Of minder.


 

Broodmager was ze, de verkoopster in de damesmodezaak.
Ze irriteerde me vanaf minuut n.
,,Kijk rustig rond en als u advies nodig hebt dan roept u maar!'' zei ze.
Dt alleen al.
Daar word ik opstandig van.
En tegendraads.
,,Ik heb iets nieuws nodig voor een feestje'' breng ik uit.
Stom natuurlijk, want bij haar gingen de raderen draaien.
,,Een denim rok en een witte blouse.''
Dat zei ik ook nog.
Ze straalde.
Het luciferhoutje.


 

Ze ging meteen aan het werk en kwam met monsterlijke kledingstukken tevoorschijn. ,,U moet het aan zien, hoor. Zo op het hangertje kun je het niet beoordelen. De zomercollectie is bovendien nog in de uitverkoop. Vijftig procent korting en er zitten nog hele leuke dingen tussen.''
Dingen die een ander een zomerlang heeft laten hangen, denk ik dan meteen, maar dat kwam omdat ik toen al het zweet in mijn nek voelde lopen.
,,Ik ga het even passen'' zeg ik  omdat ik altijd al blij ben als ik ergens in lijk te kunnen, maar ook om even van het kleine serpent verlost te zijn.
Ik puf als ik me even later in het pashokje afsluit van de wereld.
En van haar.
Dacht ik.


 

,,We krijgen altijd erg veel complimenten over de grootte van ons pashokje'' zegt ze vertrouwelijk door het gordijn heen.
Ik knijp mijn ogen dicht en mijn billen ook maar meteen.
De rok is  te groot, het truitje te pompeus en het vest dat ze voor me uitkoos te lang.
En toch kom ik in het pashokje uit.
Waarom doen vrouwen dat?
Ik voel me een kolos en bij haar vergeleken is dat ook zo.
Er zijn  momenten waarop ik mezelf verafschuw en dit is zo'n moment.
En het geraamte is daar getuige van.


Hoe ben ik in godsnaam in deze situatie beland?
Of actueler nog: hoe kom ik hier in vredesnaam weer uit?
,,Ik vind het toch te zomers'' zeg ik om ervan af te zijn en ze beaamt dat wit echt een kleur voor de zomer is.
Maar ze heeft ook nog wel iets zwarts hangen.
Dat is dan wel uit de nieuwe wintercollectie.
Zonder korting.
Maar het kleedt altijd wel mooi af.

Zegt ze.


 


Ze reikt het me aan en ik weet dat ook deze poging niet gaat lukken.
De sterren staan gewoon niet goed.
Vrijdagavond.
Het is koopavond in Heerhugowaard.
We hebben net bij de Griek gegeten.
Souvlaki en zirtaki.


En ik weet nu ook dat ik dat niet had moeten doen.
Zoveel eten.
Mijn maag puilt een beetje uit en mijn taille is verdwenen.
Waarschijnlijk voorgoed, wanhoop ik in stilte.
Het zwart mag dan afkleden, ik voel me een Fries trekpaard dat tot aan zijn knien in de modder staat.
 

Het lijkje naast me vindt dat ook, maar ze zegt het niet.
Misschien is dat nog wel het ergste.
Niet doen, dus, die rok, weet ik, maar ik koop hem toch omdat ik op het ogenblik mijn normale kleding niet aankan.
Met dank aan de kok op ons vakantieadres.


 

Het zweet loopt in dikke stralen over mijn rug als mijn man zegt:

,,Neem die witte rok er ook maar bij.''
,,Ja'', veert het skeletje op. ,,Als het niet voor nu is, dan is het voor volgend jaar.''
,,Ik dacht het niet''  roep ik uit en het komt eruit alsof ik geslagen word.
Het lukt me ineens niet meer om mezelf onder controle te houden.
Kwaad als ik ben meld ik luid en duidelijk dat ik de oorlog heb verklaard aan mijn eigen gewicht en dat die rok volgend jaar gewoon van mijn kont af zakt als je mij maar even mijn gang laat gaan.
Mijn man en het kleurloze gratenpakhuisje staan er wat beteuterd bij.
Maar ik, ik groei dertig kilo per minuut.


Qua ego.

 

TERUG