Een avondje Stoer

 

Mijn oorbellen knellen.

Ze zijn net nieuw en ik moet echt even terug naar de winkel om ze bij te laten stellen.

Maar nu even niet want we zitten aan de bar van discotheek ’t Geveltje in Schagen aan ons eerste glaasje wijn.

Het is zondagavond.

Geef mij drie glazen wijn en ik voer zelfs een intermenselijk gesprek met een Palestijn

maar daarover later meer.

Ik ben zojuist lid geworden van Seniorweb.

Dat wil zeggen: mijn vriendin heeft me lid gemaakt.

Je leert er digitale poesjes maken met een virtuele slinger bloemen om hun nek.

Vraag me niet naar het nut.

Het is een hobby.

En die had ik nog niet.

 

’t Geveltje begint langzaam vol te lopen.

Mijn vriendin en ik, we schatten de leeftijd van de barman in.

Je moet toch wat.

Tweeëndertig beslis ik.

,,Het kan mij niet schelen, al is hij zestien of zestig, ik vind het een lekker ding’’ zwijmelt mijn vriendin.

Hij is drieëntwintig en krijgt een kleur.

Blijkt dat wij met gemak zijn moeder hadden kunnen zijn.

Maar zo is het niet, want zijn moeder zit thuis en wij niet!

Flirt.

 

,,In dit gedempte licht valt het allemaal mee hè’’ tettert mijn vriendin in mijn oor.

We kijken naar onszelf in de spiegel, recht achter de bar.

En wat we zien valt inderdaad niet tegen.

Achter onze rug wordt een band opgebouwd: gitaren, keyboard, bas, drums.

Er wordt op zondagavond een talentenjacht gehouden in ‘t Geveltje.

We komen voor de eerste band: Stoer.

Vier mannen en een vrouw, werkend op hetzelfde bedrijf en af en toe een formatie vormend om de boel op te leuken.

Ze spelen rock and roll.

 

,,Vraag eens hoe die barman heet’’ zegt mijn vriendin.

Hij heet Michiel.

,,Michiel de Ruiter?’’ vraagt mijn vriendin.

Ik baal omdat ik zulke grappen niet meteen doorheb.

,,Ja, want anders weet hij misschien niet dat zijn schilderij in het Rijks Museum hangt! En dat zou zonde zijn’’ gaat mijn vriendin door.

 

We swingen een beetje mee met Stoer.

De band doet het goed.

Een enkele Schagenaar tikt met zijn vinger mee op de sta-tafel.

Dat is voor een Noordhollander al heel wat.

Stoer laat vier liedjes horen en daarna komt Bram.

Bram speelt gitaar en zingt. En hij heeft een muts

op.

,,Zullen we voor hem een bruine muts breien en daar borduren we dan het woord ‘muts’ op’’ stelt mijn vriendin voor.

Ze heeft twee biertjes op.

Van de tap.

,,Daar zit misschien wel handel in’’ voeg ik mijn vriendin toe.

,,Ik heb nog wel pennen. Haal jij wol?’’

* * *

Bram zingt mooi maar het is een beetje saai.

,,Ik heb Bram wel eens beter gehoord’’ zegt de barman.

,,Ik ook’’ zegt mijn vriendin ,,maar toen zong ‘ie niet.’’

Daarna komt Zeeuwse Ricky, de André Hazes van de Zeeuwse eilanden, bloedverwant in de eerste lijn van Zeeuws meisje.

Van zover weg?

Hij is komen kruipen, vertelt hij.

Maar dat is niet te zien.

Hij zingt leuk en wij geven hem een 9-.

,,Nee, dat is hij niet waard’’ bemoeit Michiel zich er tegenaan.

,,Waarom een 9-? Alleen vanwege het genre?’’

 

Zijn woordenschat overrompelt ons volledig.

Een schat, die Michiel.

Mijn vriendin, drie biertjes op nu, raakt in vuur en vlam.

Voor hem is ze zelfs bereid om een tijdje de volgende band aan te horen: Insomina, vier jonge jongens met gitaren in hun hand en de geluidsknoppen op knetterhard.

Knetterhard moet het.

Knetterhard zal het.

,,Kunnen de batterijen eruit?’’ lispelt mijn vriendin in mijn oor.

,,Als ze van Duracell zijn, zijn we nog niet jarig!’’ gil ik terug.

En ik vind mezelf aardig ad rem.

 

Ik word gek van Insomina en neem de kuierlatten.

Ik zoek een plekje, zover mogelijk verwijderd van het tumult, vlakbij de deur.

Mijn vriendin volgt als ze ziet dat ik naast twee leuke mannen zit.

,,Hoe oud?’’ zie ik mijn vriendin denken, maar er komen andere woorden over haar lippen:

,,Willen jullie ons even op de foto zetten?’’

 

,,Kom op, we gaan shoarma eten met veel knoflook’’ zeg ik.

In de Shoarmatent Jeruzalem is het stil.

Nog wel.

De hel breekt pas om een uur of twee los, vertelt de eigenaar in gebrekkig Nederlands.

Dan gaan alle kroegen dicht en komen de jongelui hier hun honger stillen.

Voor ons is ‘hier’ niet alleen stil maar ook doodsaai.

,,Ik wil wel zo’n heerlijk Turks broodje shoarma’’ roep ik om het gesprek gaande te houden.

De eigenaar glimlacht.

,,Shoarma is van Israël’’ sist mijn vriendin.

,,Het heet hier Jeruzalem, weet je nog?’’

 

Om klaarheid te brengen vraag ik het dus maar op de man af: ,,Waar komt u vandaan meneer?’’

,,Uit Zutphen’’ zegt de man.

,,Ja nee, van oorsprong, bedoel ik.’’

,,Ik ben Palestijn.’’

 

,,Is jouw honger gestild?’’ vraag ik aan mijn vriendin als we langs een snackbar lopen, op weg naar onze auto.

,,Of wil je nog een patatje oorlog?’’

**********

TERUG