Koning en honing

Brief van een vriend van mij die in Thailand woont.

Onder dankzegging:

 

Ik probeer gezond te leven.

Als het hier niet lukt op Koh Chang, een tropisch eiland in het Zuid-oosten van Thailand, dan lukt het nergens, hoewel ik nu hevig op de tocht zit in een internetcafe. In Thailand is het namelijk de gewoonte om iedereen altijd veel koelte ongevraagd toe te blazen. Vooral farang (vreemdelingen) zijn volgens de Thai van die koele wezens. Veelal is dat waar. Dat er onder hen ook expats zijn die nou net voor de koelte op de vlucht zijn geslagen, is hen onbekend.
Evenwel over die goedbedoelde maar misplaatste koelte wilde ik het niet hebben.

 

 Straks ontvlucht ik de kou hierbinnen en ben ik weer fijn buiten, ga naar het strand op en de zee in, ga daar lopen (op het strand) en zwemmen (in de zee). Gewoon een beetje slaap krijgen, vroeg naar bed en de volgende ochtend als het meezit een beetje gezonder weer op.

Ik leid gewoon een leven zonder nachtleven, zonder daarvan het grauwe gezicht, het kale hoofd, de walm in je mond, het hout in je hoofd.

 

Ik zie er velen die wel dat nachtleven leiden, zeg maar gerust lijden. Ze converteren hun money in conditiederving en ziekteverschijnselen. Dat is een verspilling van de ergste soort.
Er zijn ook verspillingen van een minder erge soort. Zo bijvoorbeeld de verspilling om naar de kapper te gaan.
Als de groei van je haar een strijd levert tegen de kaalslag moet je die strijd niet ontmoedigen. Gras dat aan het verdorren is ga je ook niet maaien (maar poog je een beetje te vertroetelen).

Ik ben een veel gezien figuur op het strand, waar nog wel meer mensen lopen dan ik, maar toch val ik -sommigen althans- op. Om mijn tempo van lopen, hoewel ik me nimmer verwaardig in de looppas te gaan. Om mijn polletjepiek-haar waar ik heus geen anti-natwoorden plastic omheen doe als ik zwem. Om wat dan ook val ik op.

Het geviel me althans dat een dikke ,wel met een anti-natworden plastic getooide dame -ze kwam net het water uit- me in het Nederlands aansprak, om -naar zij zei- uit te testen of ik inderdaad een Nederlander was, want dat was het onderwerp van gesprek geweest in haar gezelschap. Ik bedwong de aanvechting (of had er net niet genoeg de tegenwoordigheid van geest toe) om in het Engels te antwoorden met een "Funny language you speak, what language it is?", maar antwoordde gewoon met een fantasieloos (en niet helemaal eerlijk) "Prettig U te ontmoeten". Ze bewonderde mij om mijn slanke postuur, ik wierp zwakjes nog wat tegen, maar moest toegeven dat ik in gewichtigheid en daaruit voorvloeiend model voor haar onderdeed. Ook in oppervlakte badpak. Ze wilde weten wat ik zoal deed om zo slank te blijven. Dat ik me kennelijk wat actiever bewoog dan zij, dat was duidelijk, maar wat ik dan at? "Want, wat je eet, daar reageert je hele gestel op", en mijn gestel reageerde kennelijk beter, vond ze, dan het hare, dus vandaar haar vraag.
"Het is juist lunchtijd", sprak ik, dus laten we samen de lunch gebruiken. Zo gezegd, zo gedaan. Ze begaf zich haastig naar haar ligstoel waar ze het malle anti-natworden plactic verruilde voor een joyeuse hoed en vervolgens begaven we ons naar mijn favoriete restaurant.

Het geviel dat ze daar durian hadden, een fruitsoort die er meer niet is dan wel, hoewel de durian drie maal per jaar wordt geoogst. Een fruitsalade staat wel meer op mijn menu, maar ditmaal zou het een bijzondere worden. Niet zou het het toetje zijn maar de eerste gang. Dat in plaats van bijvoorbeeld uiensoep met garlic bread (garlic = knoflook). De salade zou een mixed worden van durian met zoete grapefrute. Tenminste zo noem ik die pompoenige vrucht. Het is misschien helemaal geen grapefrute en geen pompoen ook. Wat durian gemeen heeft met knoflook is dat het verfoeilijk ruikt voor iemand die het zelf niet gegeten heeft.
"Fruit, dat hoort erbij, zonder fruit blijf je niet gezond", oreede ik. Geen voedingsdeskundige op de wereld trouwens die me het zou tegenspreken. Een wat meer gewaagde uitspraak, maar niet onbekende veronderstelling, is dat grapefrute slank maakt.

Daarvan maakte ik ook gewag. Je moet vertellen wat mensen graag horen, tenminste dames met een joyeuse hoed op wel, vind ik.
Zij wilde de haar onbekende durian (en de haar dus ook onbekende combinatie van durian en grapefrute) wel proberen. Dus nam ik een 5 kilo vrucht. Durian bestaat voor ruim de helft uit bast en andere oneetbare gedeelten, zodat er misschien net 2 kilo aan eetbaars overbleef. Die vermoedelijk nog geen twee kilo verdeelde ik enigszins ongelijk in mijn voordeel. Dat laatste omdat ik inschatte dat mijn tafeldame misschien wel eens een wat mindere maaginhoud zou kunnen hebben dan ik. Mensen die naar buiten toe uitpuilen, de elasticiteit van het hen omhullende textiel op de proef stellend, plegen naar binnen toe zowat dichtgegroeid te zijn.

 

Durian is een calorierijke vrucht, meer dan bijvoorbeeld maar gewoon banaan (dat vertelde ik haar niet) en wordt wel de koning van het fruit genoemd (dat vertelde ik haar wel). Trouwens een mens moet toch aan zijn calorien komen, ik tenminste zeker.
 

Ik bestelde als tweede gang nog wat pannenkoeken met een dubbele portie honing. De normale portie bestemd voor de pannenkoeken, de extra portie om er de durian in te drenken. Durian met honing is buitengewoon lekker, vind ik, zo eet ik mijn durian altijd. Ik had al gauw de dubbele portie honing (minus het kleine beetje dat mijn tafeldame zich moedig over ontfermde) aan mijn durian/grapefrute combinatie besteed. Geen nood: jam op pannekoek doet het ook goed (liet ik dus aanrukken) en wat doet het op pannenkoek niet goed trouwens? Chocolade ijs bijvoorbeeld op pannenkoek is voortreffelijk.
Het mens had het al gauw niet meer. Toen het stapeltje met pannenkoeken verscheen viel ze zowat flauw. Ze zat al te zuchten tegen een stukje durian-van-niks en ik schrokte het ene grote stuk na het andere ervan op, rijkelijk overschonken met honing ook nog. Chocolade ijs liet ik ook aanrukken en koffie. En water, veel water. "Water is onvervangbaar en onmisbaar", stelde ik, welzeker geen enkele voedingsdeskundige daarmee tegensprekende.



De vruchtenkoning en de honing, ze waren niet aan haar besteed, Na een koningshapje en een kopje lutteltuttelthee was de lunch wat haar betreft wel bekeken. "Als ik zou eten zoals U dan zou ik niet kunnen lopen noch zwemmen zoals ik pleeg te doen", sprak ik. Ze was helemaal perplex. "Ik wist niet dat veel eten en toch slank blijven, dat dat mogelijk is", sprak zij. "Eet U altijd zoveel?" "Als je niet veel eet, heb je niet genoeg om actief te zijn en als je niet actief bent, dan ben je niet slank", sprak ik op mijn beurt. "Niet eten en niet bewegen, dat is het niet, wel eten en wel bewegen, dat is het".

 


We stapten op. Zij begaf zich naar haar resort. Ik had nog een wandeling voor de boeg en een stukje zwemmen. Met een voldaan gevoel begon ik daaraan.

WIM

TERUG