Zwoegen door regen en duisternis

 

,,Heb jij het wel eens in de auto gedaan’’ vraag ik aan mijn vriendin.

We rijden in het pikkedonker over modderige landwegen richting Hoorn-Enkhuizen.

Het spoelt van de regen.

 

Mijn vriendin verblikt of verbloost niet.

,,Natuurlijk wel’’bluft ze. ,,Maar ik moet nu even op de weg letten!’’

Mijn vriendin is geen held in het donker.

En als het dan ook nog regent, dan moet ze haar koppie er even bijhouden

Dus ik geef het op om een goed en zinvol gesprek te voeren.

Het is paarlen voor de zwijnen gooien.

 

De weg glinstert ons tegemoet en de regendruppels op de ruit lijken zich te vergroten onder het licht van voorbijschietende lantaarnpalen.

Mijn vriendin let op de weg.

Meer zit er even niet in.

Er zijn nauwelijks witte strepen te zien en als we een ANWB-bord tegenkomen waarop de richting staat aangegeven moet ik even bijspringen.

,,Hier linksaf’’ geef ik aan, zonder zelf ook maar enig idee te hebben waar we ons bevinden en waar we op aan koersen.

Wognum, Midwoud, Hoogkarspel of all places.

Doel is duidelijk.

Doel is Lutjebroek.

We wilden een avondje groots en meeslepend en kozen Lutjebroek uit.

Recht tegenover de kerk, in café De Paus, oefent daar wekelijks een smartlappenkoor(tje) en we zouden een avond(je) meezingen.

Niet dat we zo goed zingen.

Helemaal niet.

 

Maar we zijn enthousiast voor tien en die lol wilde het kersverse ‘Uitgehuild’ ook wel eens meebeleven.

 

Hoe dichter we Lutjebroek naderen, hoe donkerder het wordt.

Hier is het niet meer nodig dat de weg wordt beschenen door kunstlicht.

Hier vindt men zijn weg op de tast.

We glijden in aardedonker over ’s Heren modderwegen en als we het spoor geheel en al bijster zijn zeg ik tegen mijn vriendin dat het wellicht raadzaam is ergens aan te bellen en te vragen of er nog plaats is in de herberg.

Soms vindt mijn vriendin mij niet leuk.

 

Bert, Hermien, Lo, Agnes, Don.

Ze staan ons al op te wachten.

Sinds kort zoenen we ook.

Dat tekent de sfeer in smartlappenland.

De Gooise matras is er niks bij.

 

We zingen mee.

Veronica, Blauw, Droomland, Kleine kokette Katinka, de Dievenwagen. Manuela, Eenzaam in de mist, Het geeft niet, Sophietje.

Rietje.

 

Het is leuk en de nazit is zo mogelijk nog leuker.

Biertje hier, biertje daar, glaasje droge witte wijn.

Tussen dames die aan het biljarten zijn en jongelui die Raymond van Barneveld met een pijltje van de troon af willen stoten.

,,Blijven oefenen, mannen!!

Goed gesprek, diepte interview, info uitgewisseld.

 

Als we roepen dat we weer eens op huis aan gaan zwaait Bert ons uit:

 ,,Heb je allebei je schoenen aan, Katinka?’’

 

 

We hollen door de regen naar de auto.

Nat!

,,Nemen we dezelfde weg terug?’’ vraagt mijn vriendin.

,,Welja, als we hem nog weten!’’

Dat blijkt niet het geval te zijn.

Halverwege de Afsluitdijk dringt het besef tot ons door.

Dat wordt doorrijden tot Harlingen en dan terug.

Het houdt op met regenen en de maan komt achter de wolken vandaan.

,,Wil je nog weten of ik het ooit in de auto heb gedaan?’’ vraagt mijn vriendin.

Ik zak wat dieper weg in de comfortabele autostoel.

En ik neurie zacht voor me uit: ’’En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet……..’’

TERUG